Archief voor historie en klimaat

 

In het veen dat in de loop van de tijd door planten is gevormd, is de opeenvolging (successie) van de vegetatietypen van het veenlandschap terug te lezen. De zuurgraad en de beschikbaarheid van nutriënten en mineralen bij het begin van de veengroei worden weerspiegeld in de samenstelling van de onderste laag in het veenprofiel.

 

De onderste, en dus oudste laag kan duiden op voedselrijke en gebufferde omstandigheden; ze bestaat dan uit gyttja, bruinmosveen, rietveen en/of bosveen met vooral els. Of de onderste laag wijst op matig voedselrijke en zwak gebufferde omstandigheden en bevat restanten van berk, den en/of zegge (zeggeveen).

 

Ook komt het voor dat de onderste laag wijst op voedselarme omstandigheden. In dat geval bestaat het veenpakket al vanaf het begin van de veenontwikkeling hoofdzakelijk uit veenmossen (veenmosveen).


Het hoogveen is een uniek historisch archief van landschap, mens en klimaat.

(Zie website van de Stichting Behoud Ierse Venen)

Monstername in het veen door D. van Smeerdijk (links) en W.A. Casparie van een hoogveenprofiel in het Bargerveen (Drenthe).

(Zie website van de Stichting Behoud Ierse Venen)


Hoogvenen zijn belangrijke archieven voor de geschiedenis van het omringende landschap. Door het bestuderen van microfossielen zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, resten van microscopische dieren en algen en door zaden en plantenresten, kunnen we ons een beeld vormen van de groei van het veen en het landschap er omheen. Zo kunnen we ook de bewonings-geschiedenis en de veranderingen in het klimaat reconstrueren.

Zie ook de website van de Stichting Behoud Ierse Venen.